Voor hem draait handletteren niet alleen om mooie letters schrijven. Achter ieder raam zit een zoektocht naar gevoel en betekenis. “Als iemand schrijft over water, kun je golvende letters maken. Gaat een gedicht over boosheid, dan kun je spelen met grote letters. Kleine letters kunnen kwetsbaar voelen. Je probeert te begrijpen wat een dichter bedoelt en vertaalt dat naar iets visueels.” Juist dat samenspel tussen dichter en handletteraar maakt het project volgens hem bijzonder. “Je werkt met een tekst van een woordenkunstenaar en maakt daar vervolgens weer iets van jezelf van. Dat komt dan samen op straat. Dat vind ik echt supervet.”
Dezelfde liefde voor taal
Voor Ozaia is taal meer dan alleen creativiteit. Als kind durfde hij zijn liefde voor schrijven nauwelijks te delen. Hij werd gepest op school en hield zijn teksten liever voor zichzelf. Pas later, via open podia als Tekstverslaafd, ontmoette hij mensen die dezelfde liefde voor taal hebben. “Ik kreeg daar positieve reacties in plaats van negatieve. Dat heeft echt iets veranderd. Toen dacht ik: laat ik het gewoon naar buiten brengen.” Het is niet voor niets dat hij dit jaar ook meedoet met een gedicht. “Ik schrijf een gedicht altijd voor mezelf, maar het is belangrijk dat mensen die het lezen voelen wat ze zelf willen voelen.”
Sommige gedichten staan er nog
Soms blijft zo’n gedicht letterlijk hangen. Een aantal gedichten van vorig jaar staat nog altijd op ramen in de stad. Volgens Ozaia is dat misschien wel het mooiste compliment dat je kunt krijgen. “Dat mensen denken: dit mag blijven staan.”