Het zijn pareltjes
Niet alleen de skyline van de Midden-Limburgse stad maakt haar blij. ‘Ik kende Roermond als grote stad. Ik ging er naartoe toen ik jong was om te shoppen en uit te gaan. Maar nu kijk ik verder en verken ik tijdens mijn kennismakingsronde ook de buitenwijken. De dorpen. De kernen. Asselt, Boukoul, Asenray… die kende ik nog niet zo goed. Het zijn pareltjes. Het is een heerlijke en interessante gemeente. Er is veel te doen. En ik haal op wat onze inwoners belangrijk vinden, waar ze mee zitten en waar ze blij mee zijn. Het hupje is daarom een huppel geworden.’ Een voordeel van deze verkenningsronde is ook dat de burgemeester op haar gemak kan rondkijken waar ze uiteindelijk wil gaan wonen. ‘Op dit moment huur ik een woning vlak bij het stadhuis. Alleen dit jaar reis ik nog op en neer naar Amsterdam om mijn zoon te begeleiden die voor zijn eindexamen zit.’
Doan maar in ut plat
Een van de dingen die de Roermondenaren waarderen is dat de nieuwe burgemeester Limburgse is en dialect spreekt. ‘Het is absoluut een voordeel om Limburgse te zijn. Mijn familie woont hier nog. Dus ik heb die binding gehouden. En ik spreek nog altijd het dialect. Ook in Amsterdam. Het helpt natuurlijk dat mijn man ook Limburger is. Onze kinderen spreken het niet, maar verstaan het wel. Daarnaast weet ik hoe belangrijk bepaalde cultuur en gebruiken hier zijn. Ik vind bijvoorbeeld fanfares en schutterijen mooi. En ik ben vastelaovend blijven vieren. Ik ken daardoor voor een burgemeester die van buiten komt, de stad vrij goed. Maar vooral het dialect spreken helpt enorm. Ik hoor vaak: ‘Doan maar in ut plat.’ Ik merk dat mensen dat fijn vinden.’
Verbinding en saamhorigheid is groot
Wat de burgemeester in deze gesprekken enorm raakt, is dat mensen ongelooflijk trots zijn op hun eigen buurt, wijk of dorp. ‘De mensen zijn bereid om iets te doen voor hun eigen wijk en buurt. En voor anderen. Ik noem dat ‘naobersjap’. Dat uit zich in veel vrijwilligerswerk. En dat zie je ook in het rijke verenigingsleven in Roermond. Volgens mij heeft ieder dorp en elke wijk waar ik tot nu toe ben geweest een vereniging. En is iedereen wel lid van de ene of de andere. In één dorp was zelfs 90% lid van de buurtvereniging. Verbinding en saamhorigheid is dus groot. Dat moet je koesteren. Daar kun je op verder bouwen als stad. Maar ik zie tegelijkertijd dat in sommige wijken dit niet vanzelf tot stand komt. We gaan kijken hoe we dat ook daar kunnen versterken, zodat ook die mensen kunnen profiteren van de mooie kanten van het typisch Roermondse ‘naobersjap’.